dat het geen goede dag voor mario
de dorpsgek nu de koekoeksklok vier uur
slaat en mario maar al te goed weet
wat hem te wachten staat:
oom jules en tante trees
die aanbellen.
en ja, de nagalm van de koekoeksklok
is nog niet helemaal uitgestorven
of daar klinkt de deurbel
en daar klinkt de oorverdovende stem
van het serpent van een moeder:
‘mario, doe die deur open! ik moet
nog een bloemstuk op tafel. je weet
hoe verzot tante trees op bloemen is.’
en nee, dat weet mario niet.
en mario komt met veel moeite
uit de tweepersoonszitbank overeind
en stoot daarbij zijn stiefvader aan
die lag te snurken voor de televisie
en die denkt dat er oorlog uitbreekt.
‘jij vuile roetmop. heb jij vandaag
al mijn hand gevoeld?’
mario kan nu niet snel genoeg
bij de voordeur staan en wanneer hij
die deur opendoet, stormt oom jules
naar binnen en duwt mario pardoes
tegen de muur: ‘waar is uw pa?
zit hij waar ik denk dat hij zit?
hij zal wel zitten waar ik denk
dat hij zit.’
‘hij is mijn pa niet,’ wil mario
zeggen, maar geluid komt zijn mond
niet uit, want veel weet mario
nooit te zeggen in de buurt
van tante trees.
mario staat te trillen op zijn papperige benen
als tante trees de drempel overstapt, de deur
sluit en mario eens goed tegen haar boezem
drukt. ‘ah, mijn lievelingsneef.’
vroeger voegde ze daar nog aan toe:
‘wat ben je weer gegroeid.’ maar dat laat ze
tegenwoordig achterwege. mario groeit
alleen nog in de breedte
en mario hoopt dat jezus aan zijn kruis
niet heeft gezien hoe mario het parfum
in de nek van tante trees opsnoof. mario
weet maar al te goed dat jezus aan zijn kruis
verdomd goede ogen heeft.
hij volgt tante trees gedwee
naar de woonkamer waar oom jules
allang naar het wielrennen zit te kijken
en stiefvader wat binnensmonds zit
te mopperen. stiefvader heeft een broertje
dood aan wielrennen. stiefvader houdt zich
beter koest, weet mario. oom jules is de broer
van het serpent van een moeder en het serpent
van een moeder draagt oom jules op handen.
het serpent van een moeder komt de woonkamer
binnen met het favoriete aperitief van oom jules,
een duvel met een goede kraag. en het serpent
van een moeder vraagt aan tante trees wat zij
te drinken wil, al kan ze het antwoord raden:
‘doe mij ook maar een duvel.’
maar het serpent van een moeder doet graag
alsof ze het niet weet, want tante trees is nooit
een goede partij voor haar broer geweest.
en als de wielrenners over de meet en de duvels
uit zijn en mario erin gelukt is zijn glas frisdrank
niet om te stoten,
gaan oom jules en tante trees,
zijn stiefvader en het serpent van een moeder
en mario aan tafel waar tante trees
met geen woord over het bloemstuk rept,
maar zich meteen stort op de bruine pistolets
en de schelletjes hesp en boerenpaté.
mario kijkt gefascineerd naar hoe de mond
van tante trees beweegt. en mario stelt
zich voor het eerst dingen voor
waarvan hij niet wist
dat hij ze zich kon voorstellen.
mario, papperige mario, wil geen pistolets
maar tante trees met boerenpaté
insmeren en vervolgens oppeuzelen.
hij krijgt haast
geen kruimel meer door zijn keel.

