436. Uw kant van de haag

{eventuele overeenkomsten tussen fictie(ve personages) en non-fictie(ve personen) zijn slechts de speling van een droevig lot en een heleboel toevalligheden die de auteur niet in de schrijvershand heeft}

“Meneer, meneer, kalmeer nu toch eens even. En bewaar vooral uw redelijkheid. Al bij al had u maar niet over de haag moeten kijken.”
“Maar ik ben de haag aan het snoeien! Ik kan toch moeilijk de haag snoeien zonder ook de bovenkant aan te pakken? Dat is maar half werk en ik ben geen man van het halve werk.”
“Daar twijfel ik niet aan. Maar vindt u het niet een beetje een ongelukkig moment om de haag te snoeien?”
“Er kan geen beter moment zijn. De zon schijnt, het heeft al een paar dagen niet geregend, wat perfect is, zo zijn de bladeren van de haag niet nat en zwaar. Nee, een natte haag snoeien, dat moet je niet doen. En het ziet er niet naar uit dat het vandaag nog zin heeft om te regenen. Nergens een wolkje te bespeuren. Ik hoef dus niet te vrezen dat ik halsoverkop naar binnen moet rennen en mijn werk onaf moet achterlaten. Heerlijk.”
“Ach, meneer vindt het heerlijk. Nu vindt hij het plots weer heerlijk.”
“U vindt het weer toch ook heerlijk?”
“Ja, ik vind het weer ook heerlijk, ja. Maar ik vind het al een stuk minder heerlijk als mijn buurman plots besluit om zogezegd de haag te snoeien.”
“Ik hoef u toch geen toestemming te vragen als ik mijn haag wil snoeien? Ik ken dat, dat begint met toestemming om de haag te snoeien en voordat ik het goed en wel besef moet ik toestemming vragen om mijn voeten te vegen voordat ik mijn eigen huis binnen ga! Nee, mevrouw, u moet maar niet denken dat u het voor het zeggen zal krijgen. Ik mijn kant van de haag, u de uwe.”
“Precies. Ik ben blij dat we het daar over eens zijn. U zou dan ook de eerste moeten zijn om geen verbolgen uitspraken te doen. Ik doe aan mijn kant van de haag, in mijn tuin, wat ik wil. Daar hoeft u niet zo katholiek over te doen.”
“Katholiek? Mevrouw, ze hebben mij al jaren niet meer in een kerk gezien.”
“Dat verbaast me niks. U heeft vast al zoveel op uw kerfstok dat geen enkele god u nog vergiffenis voor uw zonden wil schenken. De haag snoeien, zegt hij. Als je een haag snoeit, begin je aan een uiteinde, niet zomaar willekeurig ergens in het midden.”
“Zo, zo, mevrouw weet duidelijk alles over hoe een haag gesnoeid moet worden.”
“Het lijkt me de logica zelve. Geeft u maar gewoon toe dat u voor het venster op de eerste verdieping naar me hebt staan gluren en dat u toen dacht: als ik nu eens doe alsof ik de haag ga snoeien, dan heb ik een beter zicht op de nieuwe buurvrouw die daar in haar blote borsten ligt te zonnen. Dus nu moet u ook niet doen alsof u het choqueert. En, nee, uw kinderen gaan van het zien van een stel blote borsten echt niet dood.”

{David Troch}

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in ultrakort. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s