vijftigste ‘geen goede dag’

dat het geen goede dag voor mario
de dorpsgek. hij durft zijn huis niet uit,
maar hij moet, hij moet naar de bakker.
er is geen kruimel brood meer, er is nog wel
choco en viervruchtenconfituur, maar
dat serpent van een moeder wil niet dat mario
en zijn stiefvader met een lepel de pot choco
of de pot viervruchtenconfituur attaqueren
en die choco en die viervruchtenconfituur
zo naar binnen schrokken. neen, de moeder
van mario wil dat haar zoon en haar tweede man
heel keurig met een mes.

dus, er moet iemand om brood. de stiefvader
vertikt het en de moeder moet haar teennagels
nog lakken. mario lakt zijn teennagels soms ook,
maar alleen als hij sokken in zijn sandalen mag dragen
zoals vandaag.

mario staat in zijn sandalen en zijn blauwe overall
te aarzelen aan de voordeur, aan de kant
waar alleen jezus hem kan zien. mario kijkt
naar hoe jezus daar heel onnozel aan zijn kruis hangt
en mario wil het hem eens goed zeggen:
heb ik misschien iets van u aan?
maar mario zegt niks en meent
dat jezus hem bemoedigend toeknikt
en hij vult zijn longen en hij opent dan toch
de voordeur.

mario staat op straat.

mario wil weer naar binnen. zijn knieën
knikken, zijn hart is een drilboor, het razende
verkeer pakt op zijn adem. hij is bang
dat de auto’s hem zullen meezuigen.
al is er tussen hem en die auto’s
nog een fietspad en een haagje
dat de gemeentearbeiders dringend
eens moeten snoeien. en, mario
is geen herfstblad, mario heeft overgewicht.
hij is wat papperig. papperige mario
blijft dicht bij de huizen en schuift
zo heel langzaam richting bakker.

onderweg komt mario mensen tegen,
mensen die hem in een boogje voorbij wandelen,
mensen die omkijken en mensen die niet omkijken.
mario slaat er geen acht op. mario heeft een doel,
mario moet naar de bakker.

de bakker is bij de kerk. de kerk komt
dichter, de bakker komt dichter.

het is druk bij de bakker. het is zondag,
de kerkklok slaat juist tien keer, er staat een rij
tot buiten. keert mario op zijn stappen terug?

diep in zijn binnenste zou hij wel willen,
maar hij durft niet. zo’n rij trotseren
is duizend keer minder erg
dan met lege handen weer thuiskomen.
mario hoort dat serpent van een moeder al
en het is altijd hij die daarna in de gang
aan jezus vergiffenis moet gaan vragen.

mario staat achter georgette. mario denkt:
alsjeblieft niet achter georgette, alsjeblieft
niet achter georgette.

georgette is stok- en stokoud, toch in de ogen
van mario. georgette was al stokoud toen mario
nog van haar les kreeg in de lagere school. nu
doet georgette alsof ze haar oude pupil niet herkent,
bijna is mario georgette dankbaar,

maar als er iemand zijn gedachten zou kunnen horen,
dan moet hij straks in de gang weer voor jezus
op zijn knieën.

het wachten duurt en duurt en duurt,
maar hoe lang iets ook duurt,
er komt een eind.

en daar staat mario dan te schuimbekken.
het nieuwe weekendhulpje doet de schrik
van haar leven op. mario zegt: een brood.
het nieuwe weekendhulpje vraagt: maar
welk brood? mario zegt: een brood.
het nieuwe weekendhulpje vraagt.
de bakkersvrouw zegt: een groot wit.
mario zegt in zijn hoofd: een brood
en nog een brood en nog een brood
voor in de diepvries zodat ik niet zo
vaak naar de bakker.

maar dat serpent van een moeder wil
alleen maar vers. achter de rug van zijn moeder
spaart mario voor een broodbakmachine.     

 

Over davidtroch

man van het woord
Dit bericht werd geplaatst in gedicht, geen goede dag, podium. Bookmark de permalink .

Een reactie op vijftigste ‘geen goede dag’

  1. Ann Kemp zegt:

    Leuk! 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s