Fietspomp

Je achterband loopt sissend leeg. Je stopt. Je buurmeisje stopt. ‘Ik heb geen fietspomp,’ zeg je. ‘Ik ook niet,’ zegt ze. Je stapt af en begint met je fiets aan de hand te wandelen. ‘Dat is niet goed voor je band,’ zegt je buurmeisje. ‘Hm,’ zeg je. ‘Spring maar achterop,’ zegt ze. Je buurmeisje is frêle. Je maakt je fiets aan een verkeersbord vast. Je gaat zitten op haar bagagerek. Straks liggen jullie samen in de sloot. Je slaat je armen om haar middel. Je wil haar bij de borsten grijpen, ook al is daar nog lang geen sprake van.

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in Honderduit, proza. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s