honderdvijftigste geen goede dag

dat het geen goede dag voor mario
de dorpsgek die een oorvijg van het serpent
van een moeder die compleet buiten zinnen:

waar zijn mijn pistolets? je had zestien witte
en vier bruine voor tante trees. ik kan oom jules
en tante trees toch moeilijk een snee brood
voorschotelen. wit dan nog. je weet dat tante
trees niks wit moet hebben. ze zal me al zien
komen. jij doet ook nooit eens iets, moet ik hier
echt alles zelf, wanneer moet ik mijn teennagels
nu lakken?

waarna dat serpent van een moeder
een verbouwereerde mario laat staan
waar hij staat, naar de voordeur snelt
en die opent en met een dusdanige smak
weer dicht dat zelfs jezus aan zijn kruis
ervan schrikt en van zijn nagel valt.

pas na tien minuten is mario
enigszins bekomen en in staat
om weer te bewegen. hij wrijft
met zijn linkerhand over zijn
rechterwang. au, zegt hij.
serpent, zegt hij. en hij gaat
naar de gang en ziet jezus
op de vloer liggen.

mario bukt zich moeizaam. papperige mario denkt
niet: ik moet iets aan mijn overgewicht doen. papperige
mario denkt: ik moet jezus redden.

en mario raapt jezus van de vloer en komt moeizaam
weer overeind en blaast het stof en de spinnenwebben
van jezus af en kust hem op zijn voorhoofd:

je hebt je toch geen pijn gedaan, meneer jezus
of moeten we naar de spoedgevallen of haal ik
een aspirine, misschien een windel of een pleister?

of heb je liever een slok whisky?

ben jij er ook zo eentje die denkt dat alles
met een stevige slok whisky op te lossen is,
meneer jezus?

jezus zwijgt.

ah, je zwijgt, zegt mario. wie zwijgt die vertelt
veel, zegt mario. over problemen moet je praten,
daar moet je niet mee blijven zitten. heb je
echt niets op te biechten?

en mario meent dat jezus
met zijn hoofd schudt.

je moet het zelf weten,
zegt mario

en hij hangt jezus
aan zijn kruis
aan zijn nagel
aan de muur.

mario blijft nog een beetje
in stilte naar jezus staan kijken.

mario denkt:
je moet het allemaal niet persoonlijk nemen.
ze doet tegen jan en alleman zo. als ze de mensen
hun neus niet kan afbijten, leeft ze niet. het is niet
voor niets dat ze al aan haar tweede vent toe is en dat
ik dik tegen mijn goesting met die vent de pot
viervruchtenconfituur moet delen. het is niet voor niets
dat mijn vader hals over kop verliefd werd op meneer
whisky en dat het allemaal een beetje mis gelopen is
en dat en dat en dat en dat.

mario klopt vier keer met de muis
van zijn rechterhand tegen zijn slaap
in de hoop dat zijn gedachten in een klap
net zo hard zullen zwijgen als jezus dat doet.

maar dat lukt niet. en omdat het niet wil lukken,
draait mario zich om en gaat hij zwaar ademend
de trap op naar zijn kamer, waar hij de deur zacht
achter zich dicht doet en die op slot draait,
niet van plan ooit nog naar buiten te komen.

in zijn kamer heeft mario alles
wat hij nodig heeft, in zijn kamer wachten
jommeke en schanulleke en tuizentfloot.

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in gedicht, geen goede dag. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s