443. Tiramisu

‘En die taart, wat was dat?’
‘Tiramisu.’
‘Dat is toch geen taart.’
‘Nee, dat is het niet. Maar het was wel degelijk tiramisu.’
‘Vreemd, heel, heel vreemd. Geen twee nagerechten die zo veel van elkaar verschillen als taart en tiramisu. Weet u het zeker?’
‘Honderd procent. Het was in geen geval kriekentaart.’
‘Nee, dat was het niet. Dat zou ik me wel herinneren. Hm, kriekentaart. Ik ben verzot op kriekentaart. En op koffiekoeken met krieken. ’s Zondags bij het ontbijt moet ik niets anders hebben. Geen sandwiches, geen pistolets, geen doodeenvoudige boterham, alleen maar drie koffiekoeken met krieken.’
‘Dat weet ik.’
‘Hoezo, dat weet u?’
‘Ik haal elke zondag je koffiekoeken met krieken bij bakker Benny.’
‘Dat liegt u.’
‘Wie zou het anders doen? Die koffiekoeken komen niet vanzelf op de ontbijttafel.’
‘Het zou nochtans mooi zijn. Vijf keer in mijn handen klappen, twee en een halve keer rond mijn as draaien en hop, daar ligt een koffiekoek met krieken op mijn bord. Of een hele voorraad koffiekoeken, nog veel en veel beter. Een voorraad waar een heel leger zich rond en gezond mee zou kunnen eten. Zou dat niet fantastisch zijn? Ik zou nooit meer boterhammen eten. Ook tijdens de week niet.’
‘Enorm. Niet te beschrijven hoe fantastisch.’
‘U lacht er maar wat mee. U trekt het in het belachelijke. Ik wou alleen maar weten welke taart het was.’
‘Wie haalt die koffiekoeken met kersen?’
‘Krieken. Krieken zijn geen kersen. Er is een wezenlijk verschil. Krieken zijn zuur en kersen zijn zoet.’
‘Ook goed. Wie haalt die koffiekoeken met krieken elke zondag voor je?’
‘U, als ik u moet geloven. Dat heeft u in ieder geval zonet gezegd;’
‘En wie ben ik, Jef?’
‘U?’
‘Ja, ik, Jef. Wie ben ik?’
‘U bent blijkbaar iemand die elke zondag voor mijn drie koffiekoeken zorgt.’
‘En wie nog, wie ben ik nog meer?’
‘Bakker Benny?’
‘Nee, Jef. Nu ben jij het die het in het belachelijke trekt. Kijk mij aan. Kijk mij aan, Jef. Ik ben een vrouw. Ik kan Benny niet zijn. En ik ben niet zomaar een vrouw.’
‘Oh nee, welke vrouw mag u dan wel wezen?’
‘Jouw vrouw, Jef. We zijn nu 43 jaar getrouwd. We gaan elke donderdagnamiddag naar hetzelfde theehuisje, al maanden aan een stuk. Normaal neem je altijd een spie kriekentaart. Maar vandaag wou je tiramisu. Vandaag had je geen zin in krieken. We waren ooit gelukkig, Jef.’
‘Zijn we dat dan nu niet meer? Zijn we nu niet meer gelukkig?’

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in ultrakort. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s