tweehonderdvijftigste ‘geen goede dag’

dat het geen goede dag voor mario
de dorpsgek die van het serpent
van een moeder een stofvod
in de hand kreeg geduwd

en nu trilt als een espenblad,
bang om allerlei dingen te breken
die hij maar beter niet breekt.

het serpent van een moeder pest mario
met haar verzamelwoede en de postuurtjes
die moeten blinken alsof ze net uit de winkel,

want oom jules en tante trees
moesten maar eens elk postuurtje
van dichtbij willen bekijken.

mario weet dat oom jules
daar niet van moet weten,

oom jules heeft enkel interesse
in de sofa waarin stiefvader
nu al met zijn kale knikker
verder en verder
scheefzakt.

veel liever dan die postuurtjes
wil mario die kale knikker opblinken,

hij ziet zichzelf al staan:
tong uit de mond, verfborstel
in de linker-, pot vernis in de rechterhand.

maar,
mario is held
noch pantoffelheld.

en dan is er nog tante trees.

en tante trees
en een postuurtje van twee zwanen
en een postuurtje van een schattig meisje met paraplu,
en een postuurtje van dit en een postuurtje van dat,
dat gaat allemaal niet samen,

want postuurtjes hebben een laagje glazuur
en dat smaakt in de verste verte niet
naar mannenvlees.

zover is mario wel mee,
mario droomt weg

tot het serpent van een moeder
mario tot de orde: wat staat ge daar
te suffen? hebt ge misschien graag
dat oom jules en tante trees straks
achter onze rug beginnen klappen?

hebt ge misschien graag dat
heel de omstreken straks over ons klapt
dat het hier één grote janboel en hannekesnest is?

tot het serpent van een moeder
mario een klap: gij zijt gene klap
voor uwe kop waard.

en van het verschot stoot mario het postuurtje
van het harpspelende jongetje om en het postuurtje
valt van de kast, maar als bij wonder breekt het niet.

mario dankt jezus
aan zijn kruis
in de gang.

al geeft het serpent van een moeder
hem nog een klap en nog een klap,
dat is niet erg,

als het postuurtje in gruzelementen
zou liggen, zou mario er nu dood
naast liggen.

en dood wil mario niet, zeker niet op zondag
als er witte pistolets en schelletjes hesp en boerenpaté.

ge hebt weer vijf minuten
geluk, zegt het serpent
van een moeder,

geef die stofvod maar hier en ga de gang vegen.

dat laat mario zich geen twee keer zeggen
en hij duwt de stofvod zowat in de mond
van het serpent van een moeder
en voordat zij iets kan zeggen,

heeft mario zich al
uit de voeten gemaakt,
neemt hij de veegborstel
uit het bezemhok
en begint hij als een bezetene
te vegen en oude slaapliedjes te neuriën

tot plots zijn stiefvader voor zijn neus staat:
ge staat in de weg, papzak, ik moet kakken
en stop met zo onnozel te zingen,
een bezem is geen microfoon.

en de stiefvader van mario verdwijnt
in het toilet waar het er erg luidruchtig
aan toe gaat.

en mario hoort zijn stiefvader
vloeken en mario kijkt naar jezus
en mario slaat een kruis.

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in gedicht, geen goede dag. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s