Fietsen

Om zes uur ’s ochtends sta je op. Je doet je kleren aan en je loopt de trap af. Je gaat naar buiten. Je neemt je fiets. Je gaat een eindje rijden. Tien minuten, niet langer. Tien minuten volstaan. Je fietst op en neer in de straat, op en neer, op en neer. In geen enkel huis brandt licht. Dat je de enige bent die al wakker is, doet je neuriën. Je neuriet slaapliedjes. Klein, klein kleutertje. In een klein stationnetje. Je wordt er helemaal rustig van. Je hebt er alle vertrouwen in dat je een prima examen zal afleggen.

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in Honderduit, proza. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s