Paardenbloem

Je verhuisde naar de stad. Daar groeien nagenoeg geen paardenbloemen. Wat een verademing. Je kon die ondingen niet meer zien. Telkens je er eentje opmerkte, bukte je je en snokte het vergif uit de grond. In jouw tuin kregen ze geen kans. En ook bij de buren niet. Als je ergens heen wilde, moest je voorbij hun voortuinen en dat kon niet als er paardenbloemen stonden. Toen je weer eens door de knieën ging op het grasperkje van de familie Coeck, riep één van hun kinderen van achter de haag: ‘Meneer Paardenbloem!’ Niet lang daarna verhuisde je naar de stad.

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in Honderduit, proza. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s