De tweede dag van het melkzuur

Vake, de tweede dag van het melkzuur is altijd het ergste. Als je te lang stil op een stoel zit, raak je daarna met moeite een trap op of af. Geen mens die het ziet in je eigen huis, maar als je naar boven of benden moet in pakweg een station, zie je wel eens iemand meewarig kijken. Doorgaans zijn het blikken van mensen van wie je ziet dat ze niet of nauwelijks sporten.
En gesport heb ik zondag. Veel meer dan ik vooraf had vermoed. Minstens een halve maratthon, dat was mijn doel voor de eerste editie van de Wings For Life World Run, waarbij de eindmeet je middels een ‘catcher car’ op een bepaald moment voorbij snelt. Tijdens de wedstrijd wist ik vrij vlug dat ik het zou halen. Na een kilometer of vijf belandde ik achteraan in een groepje. ‘Aan dit tempo doen we bijna dertig kilometer,’ zei één van hen. Ik dacht dat hij een grapje maakte en liep het groepje gezwind voorbij.
Na tien kilometer kwam ik door in iets meer dan 45 minuten. Voor mijn vooropgestelde doel, de halve marathon, had ik slechts 1u33’ nodig. Zomaar eventjes vijf minuten sneller dan de tijd waarin ik finishte in de halve marathon van Oostende dag op dag tien jaar na je dood. En we zijn nu weer vijftien jaar later, vake. Nog even en ik ben veertig. De leeftijd waarop je vroeger veteraan werd. Tegenwoordig hebben ze het in de atletiek over master. Spuuglelijk vind ik dat.
Toen ik zondag de halve marathon bereikte, deed ik iets vreemds. Ik priemde met een wijsvinger naar de lucht, ik kuste mijn trouwring en sloeg voor het eerst in jaren een kruisteken. De jonge Fransman die kilometers lang in mijn kielzog liep, dacht vast dat hij met een godsdienstfanaticus te maken had.
Even later staken de Fransman en ik de eerste vrouw in de wedstrijd voorbij. Een cameraploeg volgde haar met de motor. ‘Succes nog,’ zei ik en ik maakte mij uit de voeten zodat ik niet te lang in beeld bleef. Ik bleef mijn ritme aanhouden en was na twee uur al een eindje de 26 kilometer voorbij. De Fransman had ik losgeschud, maar daar had je de cameraploeg weer. Met een tred om jaloers op te worden gaf een andere vrouw me het nakijken.
Het had geen zin haar te volgen. Mijn eigen tempo vond ik best. Al moet ik bekennen, dat tempo ging een stukje naar beneden eens ik de dertig kilometer en het centrum van Poperinge voorbij was. Toch duurde het tot 33,16 kilometer voordat de befaamde catcher car me te pakken had. Ik klokte af op 2u37’, jogde nog een aantal honderd meters verder, maar besloot dan toch maar te wandelen naar de bevoorradingspost op kilometer 35.
Samen met zo’n zestig man en drie vrouwen was het toen meer dan een uur wachten op de bus die ons terug naar het centrum van Ieper zou brengen. Gelukkig was het best goed weer, anders was iedereen nog sneller afgekoeld. Ook wie bij de bevoorradingspost op kilometer dertig en veertig strandde, moest blijkbaar langer wachten dan gepland. Dat meldden de organisatoren me gisteren per e-mail. Volgend jaar zal het niet meer voorvallen, beloofden ze. Ga jij me mezelf dan weer doen verbazen, vake?

Multiple sclerose kluisterde mijn grootvader jarenlang aan zijn bed. De opbrengst van Wings For Life World Run gaat integraal naar onderzoek rond ruggenmergletsels. Meer redenen had ik niet nodig om elke millimeter te denken aan vake.

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in proza, Uitstapjes. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s