Molshopen

‘Die lastpak komt niet terug.’ Je weet niet waarover je buurman het heeft. ‘De mol,’ zegt hij. Je fronst je voorhoofd. ‘Bij jullie geen molshopen?’ vraagt hij. ‘Nee,’ zeg je. ‘Vreemd. Er lag er een naast de haag. Goed, ik heb er een bommetje in gegooid. Die is zo dood als een pier.’ Je zag je buurman nog nooit zo grijnzen. ‘Vroeger was het hier een echte plaag. Onze zoon heeft er ooit een gevangen. Toen hij het beestje meenam naar binnen, beet het in zijn vinger. We hebben de mol aan de kat gegooid. Die heeft heerlijk zitten smullen.’

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in Honderduit, proza. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s