452. The Piano Man

Door de openstaande deur van een café herken ik de stem van Billy Joel. The Piano Man. Ik bevries. Herinneringen hou ik niet tegen. Wanneer Joel Son, can you play me a memory zingt, kijk ik naar binnen. Eén man zit op een barkruk, twee anderen staan om hem heen. Voor de rest lijkt het café uitgestorven. Ik stap naar binnen en zoek een barkruk aan het andere eind van de toog.
‘Whisky,’ zeg ik als een boom van een vent naar me toebuigt. ‘We hebben er verschillende,’ zegt hij. ‘De beste,’ zeg ik. Boommans plukt een fles Chivas Regal van de bovenste plank. Dat moet om te lachen zijn. Toch protesteer ik niet als hij de dop van de fles schroeft. Het is beter dan niks. Thuis heb ik flessen waar deze in geen eeuwen aan kan tippen. Maar ik ben niet thuis, wel in het verrekte Oostende.
Het is dinsdag, een uur of drie ’s nachts. Het kan ook vier uur op een woensdag zijn, het maakt geen donder uit. Ook in het verrekte Oostende heb ik een haat-liefdeverhouding met de slaap. Naar een plafond turen is tijdsverlies, dan zet ik mijn lippen nog duizend keer liever aan een glas slechte whisky.
Zodra Boommans mijn centen voor het drankje heeft weggestopt, voegt hij zich bij de zittende en de twee staande niksnutten. Boommans zegt iets, waarbij de drie anderen zich niet generen een moment met een belachelijke glimlach op hun bakkes mijn kant op te kijken. Ik negeer de rotzakken en kijk strak voor me uit. Herinneringen dansen tussen de bierglazen.
Nog één keer het refrein en geen The Piano Man meer. To forget life for awhile, zingt Joel. Ik neem een stevige slok en grinnik om de onzin. Als het nummer uit een jukebox zou komen, al de muntjes in mijn broekzak zouden eraan moeten geloven. Toto volgt. Africa. Wat anders?
Prima muzieksmaak heeft die Boommans, dat moet ik hem nageven. Deze muziek verwacht je niet pal in het midden van de Langestraat, de uitgangsbuurt waar ik in een apartemenstblok of zeven verderop tijdelijk een studio betrek. Hoe heet dit café eigenlijk? Alsof het wat uitmaakt. Namen zijn maar namen.
Goed, haar naam is anders. Dat geen rotzak anders durft beweren. Dat geen rotzak haar met een belachelijke glimlach op zijn bakkes bekijkt. Dat geen rotzak wat dan ook in zijn hoofd haalt. Alleen de beste rotzak is goed genoeg voor haar. Die beste rotzak zal ik nooit zijn.
Met een klap zet ik het lege whiskyglas op de toog en been naar buiten. Als ik een kwartier later in mijn eentje naar het plafond in de studio die ik tijdelijk betrek lig te staren, flitsen één van de eerste regels uit The Piano Man door mijn hoofd. There’s an old man sitting next to me, making love to his tonic and gin.

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in proza, ultrakort. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s