Voordeur

Je buurman en zijn zoon staan voor je deur te praten als je komt aanfietsen. ‘Excuseer,’ zeg je. De stap die ze opzij zetten, volstaat nauwelijks om je sleutel in het slot te krijgen, laat staan om je fiets tussen de twee naar binnen te wringen. Eén van de pedalen kletst tegen de gevel. ‘Zachtjes,’ zegt je buurman, ‘mijn vrouw slaapt.’ Het is een uur of tien, geen uur om nog in bed te liggen. ‘Ze is ziek’, verduidelijkt hij. Je vraagt niet wat je buurvrouw mankeert. Wel smijt je de voordeur extra hard dicht. Tenslotte is het jouw voordeur.

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in Honderduit, proza. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s