453. Rust

Ik moet nergens naartoe. Ik vlucht van niets weg. En ja, toch stap ik de auto in om half twee ’s nachts. Mag het even? Van rijden kom ik tot rust. Ik weet het, brandstof is duur. Ik weet het, brandstof is helemaal niet goed voor het milieu. Ik weet het, door doelloos rond te rijden, maak ik de rijken alleen maar rijker.
Alsof het mij kan verdommen, oliesjeiken, schone lucht of mijn eigen bankrekening. Het enige wat ik wil, is rust. En rust krijg ik niet door om half twee ’s nachts rondjes rond de keukentafel te draaien. Rust krijg ik alleen door naar buiten te gaan, mijn auto in te stappen en de quasi lege autostrade op te zoeken.
Soms zoeft een hardrijder me voorbij, soms zoef ik een vrachtwagen voorbij. Het is mij allemaal best. Zolang de cruise control maar zijn werk doet. Zolang ik bij elke lantaarnpaal maar een gedachte achter kan laten. Zolang ik maar ten volle besef dat elke lantaarnpaal die gedachte weer regelrecht de auto en mijn hoofd in werpt. Kinderachtig spelletje dat de lantarenpalen langs de autostrade en ik spelen, maar ik hou er wel van.
Of ik mezelf nu klem heb gezopen of niet voordat ik de auto in stap, bij elke gedachte die ik vol in mijn gezicht krijg gespat, groeit de glimlach om mijn lippen. Lantaarnpalen hebben de gave om gedachten in de juiste proportie te plaatsen. Vooral vannacht.
Vannacht is een goede nacht. Vannacht is een veel betere nacht dan de voorbije drie nachten. Dan kwam ik niet zo rustig thuis als verhoopt. Dan ben ik toch nog rondjes rond de keukentafel beginnen draaien. In wijzerzin. In tegenwijzerzin. Dat zal nu niet gebeuren. Straks wordt het regelrecht naar bed en met een domme, gelukzalige glimlach om de lippen inslapen. Een uur of vier. Een uur of vier is genoeg.
Al ben ik nog maar een kwartiertje, hooguit twintig minuten onderweg, het is duidelijk dat het rijden, dat de lantaarnpalen, dat de wegmarkering hun werk doen. De gedachten worden steeds vrolijker, worden hoopvolle veronderstellingen. En dat die hoopvolle veronderstellingen wellicht weer op waanideeën uitdraaien, daar denk ik op dit moment niet aan. De hoopvolle veronderstellingen stellen me op dit moment gerust. En rust is het enige wat ik wil.

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in proza, ultrakort. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s