455. Oorlellenman

Ik wil niet met je naar Parijs, Parijs is voor zij die niet weten wat romantiek is. Met jou wil ik veel dieper Frankrijk in, naar het hooggebergte. Daar moet je uitsluitend Italiaans tegen me spreken. Al versta ik op dit moment de taal nauwelijks, ik beloof je om met meer dan ciao bella te antwoorden.
Het zal niet voor morgen zijn dat ik voor een Italiaan kan doorgaan. Of ik hun moedertaal nu vloeiend spreek of niet, mijn witte benen zullen verraden dat ik geen zuiderling ben, dat ik als jongetje vaak het bed moest houden. Ook in de zomer. Vooral in de zomer. Gelukkig was ik zelden te zwak om een boek ter hand te nemen. Een leven zonder boeken weiger ik me voor te stellen. Boeken zijn mijn adem. Verschillende boeken van Italiaanse auteurs waren dat al. Ja, ik las ze in vertaling. Ze schrijven niet slecht, die Italianen. Hun boeken wil ik best wel in hun moedertaal lezen. Maar dat zal dus nog even duren.
En dat is goed. Dat geeft je de tijd om te wennen aan het idee dat ik je over een smal bergpaadje volg en dat ik meer oog voor je achterste dan voor het landschap heb. Je moest maar niet het enige achterste in de wereld hebben waar ik mijn handen op wil leggen. Je moet weten, ik ben niet zo aan achtersten. Gek genoeg, ik ben ook niet zo aan borsten. Want, of je bent een billenman, of je bent een borstenman, een andere optie is er niet. Maar die is er natuurlijk wel.
Ik ben vast niet de enigste man die op oorlellen kickt. Ik ben een oorlellenman. En jij, jij hebt de sappigste oorlellen die ik ooit heb gezien. Sappigste, prachtigste, volmaakste, ik kan er heel wat bijvoeglijke naamwoorden voor bedenken, maar stuk voor stuk doen ze je oorlellen te kort.
Elke keer dat ik ze zie, kan ik niet stoppen ernaar te kijken. Je lange, lange haar verbergt je oorlellen vaak. Het zou zonde zijn als je dat lange, lange haar zou laten kortwieken, maar ik heb er niets op tegen als je het opsteekt omdat ik spaghetti heb klaargemaakt en je niet wil dat je lange, lange haar in de tomantensaus hangt. En als we na het eten bij een wijntje zitten na te keuvelen, vind ik het best dat je half afwezig met je oorbellen zit te spelen.
Ja, je oorlellen. Ik beeld ze me in het hooggebergte in. Als de zon opkomt en als de zon ondergaat, dat moet schitterend zijn. Ik popel om het te zien. Maar daar moet ik dus eerst een mondje Italiaans voor spreken. Leer het me maar snel.

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in proza, ultrakort. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s