464. De mensheid

Wat aan het behang pulkt, wil ze geen stilte noemen. Wat aan het behang pulkt, hoeft geen naam te krijgen. Ook naamloze dingen mogen aan het behang pulken. De mensheid heeft te veel de neiging alles te benoemen. De mensheid kan haar gestolen worden, de mensheid die zou zeggen: ‘Wat hier aan het behang pulkt, het is onmiskenbaar stilte.’
Het geluid van een deurbel kruipt ook wel eens achter het behang in haar tweekamerappartement vandaan. Dan staat ze op van haar stoel aan het raam, loopt naar de parlofoon en hoopt dat hij het is. Hij is het nooit.
Wie het ook is, ze drukt op het knopje om de deur te ontgrendelen en wacht tot de mensheid de trap naar boven heeft genomen. ‘Kom binnen,’ zegt ze dan. En dat doet de mensheid, nooit blijft iemand in de deuropening staan, niet nadat men dat hele roteind naar boven is gekomen.
‘Iets drinken?’ vraagt ze. Soms wil men kraantjeswater, soms frisdrank, soms thee of koffie. Soms moet ze geen moeite doen. Soms zou ze het niet erg vinden als er eens iemand een fles wijn achter zijn of haar rug vandaan toverde. Dat het haar misschien deugd zou doen, daar denkt de mensheid niet aan. De mensheid begrijpt niet dat ze best nog wel eens haar kristallen glazen uit de kast wil halen. Daar staan ze al een hele tijd onaangeroerd in. Ze weet exact hoeveel dagen. Elke ochtend voordat ze uit bed komt, noemt ze het nieuwe getal. Eerst het nieuwe getal, dan zijn naam.
Ze doet haar best dat getal, zijn naam, simpelweg alles te vergeten als de mensheid van een glaasje water nipt. Ze doet haar best met weinig woorden te achterhalen waarom de mensheid hier in haar bijzijn van een glaasje water komt nippen. Ze doet haar best een prima gastvrouw voor de mensheid te zijn. En toch. ‘We gaan maar eens,’ ze heeft de indruk dat de mensheid het steeds vlugger zegt. Er wordt een stoel naar achteren geschoven, een jas aangedaan, een deur dichtgetrokken.
Lang kijkt ze nooit naar die dichtgetrokken deur. Ze brengt het lege glas of de vuile kop naar de keuken, soms moet ze zelfs die moeite niet doen, en gaat snel weer in haar stoel aan het raam zitten. Dan kijkt ze niet naar buiten, dan kijkt ze urenlang naar het behang.

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s