Neusvleugel

Alleen daarbuiten vriest het, alles in deze ruimte doet denken aan zomer. De prachtige rode mantel die om haar arm gedrapeerd lag, trekt ze weer aan. Ze vertrekt en jullie wisselden geen woord, zelfs geen blik. En jij je maar focussen op dat detail op haar neusvleugel. Ze glipt uit je gezichtsveld. Ze haalt een nieuw glas wijn. Witte. Jij drinkt rood. Jij past bij haar mantel. Dat wil je haar zeggen: ‘Ik pas bij je mantel.’ Je wil dat zij zegt: ‘Kom, trek je jas aan, we gaan.’ Je wil zo ontzettend graag je vinger op haar neusvleugel leggen.

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in Honderduit, proza. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s