Herdershonden

Twee loslopende herdershonden. Je stopt met rennen. ‘Ze doen niets,’ zegt hun bazinnetje, een niet onaardige jongedame van midden twintig. Je denkt er het jouwe van, trekt je loopshort naar beneden en toont je kont. ‘Hier, zie je dit?’ vraag je en je duidt twee lelijke littekens aan. ‘Ik heb al wel eens eerder gehoord dat ze niets doen.’ ‘Zo,’ zegt de jongedame terwijl ze schaamteloos een hand op je kont legt. ‘Draai jij je maar eens om.’ Als je dat doet, zakt ze op haar knieën. De honden rennen weg. Zie je wel, ze kan ze niet te baas.

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in Honderduit, proza. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s