Huisdieren

‘Huisdieren zijn onhygiënisch. Ze stinken, ze doen overal hun gevoeg, ze verliezen alleen maar haar. Ik ga niets anders meer mogen doen dan stofzuigen, dweilen en de hele boel ontsmetten. En ze eten ons gegarandeerd de oren van de kop,’ zegt je moeder. ‘En wie zal er weer het meest met het beest mogen gaan wandelen?’ vraagt je vader. ‘Ik wou een cavia, geen hond. Ik heb nog nooit een cavia aan een leiband gezien,’ wil je zeggen, maar je weet dat het tweetal niet te overtuigen is. Je haalt verontschuldigend je schouders op naar de uitbater van het dierenkraam.

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in Honderduit, proza. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s