gedachten

wanneer honger mijn maag zowat kapot
knaagt, denk ik niet aan de voorraadkast,
ik denk aan haar mond. zodra de droogte

in mijn keel heerst, denk ik niet aan wijn,
ik denk aan haar lippen. wil de slaap mij
overvallen, denk ik niet aan donsdekens,

ik denk aan haar wenkbrauwen. begint
de ochtend, denk ik niet aan de dagtaak,
ik denk aan de kleur rond haar pupillen.

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in gedicht. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s