477. Rood

‘Waarom ligt mijn T-shirt in de vuilnisemmer?’
‘Omdat het rood is.’
‘Omdat het oud is? Ik heb het vorige week nog maar gekocht.’
‘Sinds wanneer ben jij hardhorig? Ik zei niet oud, ik zei rood.’
‘En T-shirts keil jij bij het vuilnis door de kleur? Wat is er mis met rood? Jij houdt daar toch van? Als je kan kiezen tussen een groene en een rode bloempot, kies je gegarandeerd de rode.’
‘Wat hebben bloempotten er plots mee te maken?’
‘Oké, tussen een groene en een rode wasmand.’
‘We hebben een blauwe.’
‘Blauwe wasmanden, groene bloempotten, het kan mij niet schelen. We hadden het over het T-shirt dat ik zonet tussen het botervlootje en het bakje van de champignons heb gevonden. Ik zou graag willen weten wat het daar ligt te doen.’
‘Ik wil niet dat jouw T-shirt de rest van mijn was verbrodt.’
‘Je was verbrodden? Wat heb je je nu weer in je hoofd gehaald?’
‘Als ik per ongeluk jouw T-shirt samen met één van mijn witte blouses in de wasmachine stop, dan komt er geen witte maar een roze blouse uit.’
‘Dan moet je dat maar per ongeluk niet doen. Heb jij eigenlijk een roze blouse?’
‘Dat zou je moeten weten.’
‘Ik dacht het niet, dus dan moet je ze misschien toch maar eens samen wassen.’
‘Ja, ik zie me daar al aan beginnen.’
‘Leek me nochtans maar een kleine moeite.’
‘Kijk, we hebben niks roods meer in de kast. Jij niet en ik niet. En ik wil dat in de toekomst graag zo houden.’
‘Had ik geen rode handdoeken?’
‘Dat is het eerste wat ik heb weggesmeten. Dat je dat niet eens hebt opgemerkt.’
‘Jij had ook zoveel handdoeken bij toen je hier introk. En om een of andere reden gebruiken we altijd de jouwe. Het had iets met zacht te maken, meen ik.’
‘Als je nog eens iets koopt, kijk in het ver volg dan ook maar naar de kleur.’
‘Dat T-shirt stond me perfect. Rood flatteert me.’
‘Waarom heb je dan nog nooit eerder iets roods gekocht?’
‘Ik heb een paar rode boxershorts.’
‘Had.’
‘Hoezo, had? Wat is dat nu weer?’
‘Die hebben de vuilnismannen vorige week meegenomen.’
‘Wat heb je nog allemaal weggesmeten?’
‘Je pyjama.’
‘Mijn pyjama? Die was toch blauw?’
‘Er zat een klein, fijn rood lijntje in.’
‘Klein en fijn, je zegt het zelf. Ja, daar gaat je witte blouse meteen roze van kleuren.’
‘Wat weet jij daar nu van?’
‘Voordat jij er was, deed ik mijn was zelf.’
‘Proficiat. Maar nu doe ik de was en.’
‘En nu komt er niks roods meer in.’
‘Zo is dat.’
‘Misschien is het dan toch maar beter als jij je deel van de kleerkast weer helemaal leeg maakt.’
‘Hoezo?’
‘Zolang we samen zijn, heb ik al heel goed mijn best gedaan, maar er is een iets dat ik maar blijf missen en dat ik je dan maar voor je verjaardag volgende maand cadeau wou doen en dat is een setje rode lingerie. Rode lingerie is de enige lingerie die me pas echt gek weet te maken. Zonder rode lingerie zie ik onze relatie somber in.’

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in ultrakort. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s