479. De man die nooit neerzat

Hij bezat het uitzonderlijke talent zich uiterst zelden neer te zetten. Neerzitten deed hij slechts sporadisch en uitsluitend als hij alleen was, nooit in gezelschap. In zijn stamkroeg stond hij het liefst aan de bar, hij hees zich nooit op een barkruk om slok per slok zijn bruin bier op te drinken. Jaloers als ze waren op zijn uitzonderlijke talent hadden de andere stamgasten er een tijdje een sport van gemaakt om hem met slinkse smoesjes op een kruk te krijgen, of desnoods op een stoel, of desnoods op de grond.
Ze hadden onderling voor grof geld een weddenschap afgesloten wiens poging het eerst tot succes zou leiden, maar niemand had hem ooit weten overhalen, al was het maar een handvol seconden, om zijn zitvlak met enig zitmeubel in aanraking te laten komen. Zelfs met beloftes, zowel mondeling als zwart op wit, dat ze met hem de niet geringe opbrengst van de weddenschap zouden delen, kregen ze hem niet overstag. Ten einde raad hadden de stamgasten hem dan maar de volledige opbrengst van de weddenschap aangeboden, maar al had hij met dat geld voor de rest van zijn leven zijn favoriete bruine bier kunnen bestellen, hij bleef koppig aan de bar staan.
Eén van de stamgasten had nog een idee voor een nieuwe weddenschap geopperd, achterhalen of hij ook staande kakte, maar hoeveel bruin bier hij ook dronk, hij trok in hun stamkroeg nooit naar het toilet, dus het idee voor die nieuwe weddenschap was al snel weer opgeborgen.
Natuurlijk hadden de stamgasten het ook buiten de stamkroeg over de man die nooit neerzat, waardoor er in het dorp de wildste verhalen over hem de ronde deden. Omdat het hier geen afgelegen dorp betrof, bereikten die wilde verhalen ook de omliggende dorpen en de nabijste steden. Van heinde en verre zakte men naar het niet afgelegen dorp af om in zijn stamkroeg naar hem te kijken. Alle vreemdelingen spraken over hem als de man die nooit neerzat.
De stamgasten roken geld en pikten hun oude weddenschap weer op. Ze zetten een lucratief handeltje op waarbij de vreemdelingen voor een niet onaardig bedrag een poging mochten doen om hem te doen zwichten. Alle pogingen draaiden op niets uit.
Uiteindelijk kwamen de wilde verhalen over de man die nooit neerzat een televisiepresentator ter ore. Hij nodigde de man die nooit neerzat uit voor zijn talkshow die op zondagavond liep en telkens ruim een miljoen kijkers lokte om over zijn uitzonderlijke talent te praten. De man die zelden neerzat dacht een aantal dagen over het aanbod na en ging uiteindelijk op de uitnodiging in, in de hoop dat men hem daarna met rust zou laten.
Hij wandelde op zondagmiddag naar het busstation, maakte staand een praatje met de buschauffeur en ging ook in de trein die hem naar de hoofdstad bracht ondanks de vele vrije zitplaatsen niet zitten. Na een korte wandeling bereikte hij de televisiestudio. De visagiste had het in haar lange carrière nog nooit meegemaakt dat iemand er op stond zich staande te laten schminken. De televisiepresentator verwelkomde het publiek en de kijkers thuis en vroeg vervolgens: ‘Mag ik u een stoel aanbieden?’
Er knapte iets in het hoofd van de man die het uitzonderlijke talent bezat om zelden neer te zitten. Hij nam de stoel, smeet hem naar het hoofd van de presentator en beende resoluut de televisiestudio uit. Ondanks het feit dat hij voor ruim een miljoen televisiekijkers even in beeld was geweest, heeft nadien niemand hem ooit nog gezien. Stamgasten, vreemdelingen en televisiekijkers, iedereen blijft er het raden naar hebben waaraan hij zijn uitzonderlijke talent te danken had.

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in proza, ultrakort. Bookmark de permalink .

Een reactie op 479. De man die nooit neerzat

  1. Leuk verhaal dat mij doet denken aan mijn eerste dagen (weken?) op de kleuterschool in Tielt. Ik wilde niet neerzitten in de klas. ‘Masoeur’ Goedelieve maande mij elke ochtend en middag aan te gaan zitten, maar ik antwoordde laconiek: “Moar ‘k en benne ‘k ik nie moe …”
    Twintig jaar later gaf ik les in een school waar de leerlingen nog gingen staan als de leraar de klas binnenkwam. En zij bleven staan tot de leraar hen sommeerde om te gaan zitten. Op een dag vertelde ik mijn leerlingen het verhaal van de ‘opstandige’ kleuter die ik was. Toen ik ‘s anderendaags de leerlingen sommeerde te gaan zitten, antwoordde de hele klas in koor: “Moar ‘k en benne ‘k ik nie moe …”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s