481. Aardappelen, bonen en tomaten

Dit moet een lange brief worden. Dat wordt het niet. Natuurlijk niet, niemand schrijft nog brieven. Laat mij niet degene zijn die ermee herbegint. Ik heb wel wat anders te doen. De aardappelen moeten gerooid, de bonen getrokken, de tomaten geplukt.
Zo’n moestuin, je hebt er de handen mee vol. Bij het plukken van tomaten en het trekken van bonen valt het nog wel mee, maar bij het rooien van aardappelen hou je die handen niet bepaald proper of je zou van die plastieken handschoenen moeten aantrekken, maar dat vertik ik en met vuile handen ga ik geen brief zitten schrijven. Dan schrijf je eens een brief, verknoeien de vegen aarde op het witte papier het.
Nee, na het rooien van de aardappelen was ik eerst zorgvuldig mijn handen, vervolgens droog ik ze af, laat het bad vollopen en zoek een boek uit. Tenslotte zit ik eindeloos lang in bad te lezen. Een brievenroman of de verzamelde liefdesbrieven van een of andere beroemdheid lees ik nooit, dan kies ik nog liever voor een boek waarin haarfijn beschreven staat hoe je de aardappelziekte voorkomt en bestrijdt.
Al heeft die ziekte dit jaar in mijn moestuin de kop niet opgestoken, het beste wapen is kennis. Want, ik heb andere jaren gekend. Toch waren het ook in die jaren prima aardappelen. Nu verwacht ik mij aan een sublieme smaak, het kan niet anders. Op de smaak van aardappelen wordt danig neergekeken. Als het op smaak aankomt, hebben bonen en tomaten een streepje voor, zeker de tomaten uit mijn moestuin, dat zijn van die lekkere sappige, iets heel anders dan de gedrochten uit de supermarkt.
Het is zonde dat ik niet het hele jaar door kan genieten van tomaten van eigen kweek. Het eten dat ik hier op tafel zet, zou ook in putje winter ongelooflijke culinaire hoogtes kennen. Nog goed dat je bonen kan invriezen en met de aardappelen kom ik ook een heel eind. Je moet ze natuurlijk wel op de juiste manier bewaren, maar daar ga ik maar eens niet over uitweiden.
Ik heb er al geen flauw benul van waarom ik over mijn moestuin ben begonnen, ik wou een brief schrijven, een lange brief, van om en bij de zes kantjes, of nee, eigenlijk ook weer niet. Niemand schrijft nog brieven. Ik ook niet. Weet je wat het is met brieven? Je begint over dingen waarover je helemaal niet wou beginnen, maar als het er eenmaal staat, ga je het niet schrappen of een nieuw vel papier nemen, je schrijft gewoon door. Een brief, nee. Ik stuur je wel een sms om je te vragen of je vanmiddag zin hebt in aardappelen, bonen en zelfgemaakte tomatensaus.

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in ultrakort. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s