Eiland

Een maand leef je nu op dit onbewoonde eiland. Je hebt de manen geteld. Bij elke maan weef je de sterren tot een gezicht, een lichaam, een naam. Er is hier nooit een wolkje aan de lucht. ’s Nachts blijf je wakker, dan koelt het onmenselijk hard af. Er is geen hout op het eiland, geen steen om een vonk uit te slaan. Je houdt je warm met de gedachte aan vuur. Je luistert naar het stukslaan van golven, naar het groeien van je baard. Je hebt het niet naar je zin, maar je overleeft, dat is al heel wat.

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in Honderduit, proza. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s