grondvest

dat bulderen, dat denderen, dat daveren
op grondvesten. de sloophamer ligt altijd
wel ergens klaar om verleden tot puin te
slaan. de dreun zingt nog na of daar rijst
uit het stof dwangmatig iets hedendaags.
het oude stemt ontevreden, moet anders,
beter. drilboren echoën na, betonmixers
rijden af en aan. in dat mierennest staan
wij te kijven: morzeltjes stad bouwen wij
om tot thuis. zoveel vaker dan ons lief is,
dwingt het ons tot arbeid. na de dagtaak
claxonneren wij ons driftig een weg naar
de gezinssituatie. tot rust komen wij niet.
de televisie spuwt hevig gretig de wereld
uit, de buren slopen de muren met wilde
instuiffeestjes. echt elke dag eindigen wij
in het slaapvertrek met fel tuitende oren,
wij smachten dan naar een droom of drie.
de mooiste: in het nachtkastje blijken wij
alle lawaai vergeten, urenlang lopen wij
in de straten andermans lippen te lezen.

Dit stadsgedicht ontstond naar aanleiding van MUTE, kunstenfestival in stilte. Tijdens het festival schreef ik het als een monnik eindeloos over. De handgeschreven versies deelde ik uit. 

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in gedicht, stadsdichter Gent. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s