486. Besluit

Ze nam een besluit. Ze trok haar muisgrijze jas aan, voelde of haar fiets- en huissleutel erin zaten en ging de deur uit. Het miezerde. Het was al twee uur donker. Ze maakte haar fiets los van het verkeersbord waar ze die altijd tegenaan stalde. Vaag herinnerde ze zich waar ze naartoe moest. Links, rechts, dan een eindje rechtdoor. Zo moeilijk leek het haar niet.
Ze neuriede. Miezerde het, deed ze dat. Ze wist niet waarom. Ze hoefde het ook niet te weten. Het waren andere dingen waarover ze zich bekommerde. Dingen waarover ze net een besluit had genomen.
Was het hier al links? Ze aarzelde, fietste nog een eindje rechtdoor, keerde dan toch maar terug. Ja, deze straat moest ze in. Het hoekhuis herkende ze nu wel. Het was een ellendig lange straat, wist ze. Als ze nu maar meteen de juiste straat rechts insloeg.
Ze was er nog bijlange niet en het bleef maar miezeren. Met neuriën was ze al een poos opgehouden. Het miezerige weertje maakte haar minder vrolijk dan anders. Dus dit was hoe lood in de schoenen voelde. Moeizaam trapte ze de trappers rond. Ze kromde zich over het stuur, miste op een haar na de juiste straat.
Toen ze eindelijk was waar ze moest zijn, was ze flink doorweekt. Nergens een verkeersbord om haar fiets aan vast te maken. Ze stalde hem dan maar tegen een gevel waar al wat andere fietsen tegenaan waren gegooid. Die waren er stuk voor stuk beter aan toe dan de hare. Wilde iemand er een stelen, zou die vast niet kiezen voor een rammelding met loszittende spaken en een remkabel die er triest bijhing.
Ze had een besluit genomen. Ze belde aan. Ze wachtte. Er werd aan de deur gemorreld.
‘Je bent helemaal nat. Kom snel binnen.’ Ze deed wat haar gevraagd werd. Haar muisgrijze jas hing ze over de eerste de beste stoel. Ze verwachtte een handdoek te krijgen, zodat ze haar haren enigszins droog kon wrijven. Maar een handdoek kreeg ze niet, wel thee.
‘Dank je,’ zei ze. Ze glimlachte flauwtjes.
‘En?’ Ze liet de vraag op zich inwerken, nam een eerste voorzichtige slok. Voor ze hierheen vertrok, leek het allemaal zo makkelijk. Nu vond ze de woorden niet. Ze liet gebeuren wat er altijd gebeurde. Daar waren amper woorden voor nodig.
Uren later plukte ze haar muisgrijze jas van de stoel, die voelde nog steeds klam aan. Er was niets veranderd. Haar fiets stond er. Het miezerde. Het was donker. Waar kwam ze ook alweer vandaan? Van links of van rechts? Ze treuzelde. Zou ze alsnog zeggen wat ze besloten had? Maar de deur was alweer dicht.

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in proza, ultrakort. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s