morgen

of we morgen de morgen halen, je weet het nooit
in deze buurt. net als elders zetten we koffie, koken
de aardappelen, spoelen meermaals de handen,
maar wat zit er in het leidingwater. de kalk wit
de kraan. de aanslag dringt diep tot onze drank,
spijs en vezels door, vreet ontegensprekelijk aan
ons, verlamt ons meer en meer. nauwelijks durven
we het huis, de buurt, de stad uit. wat het ook is
dat ons op de hielen zit, het wil ons voetje lichten.
we kruipen uit geborgenheid dichter en dichter
tegen elkaar aan, fluisteren iets over hoofse liefde
in een oor en horen insgelijks. het klinkt al eens
als insjallah.

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in gedicht. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s