jassen

de jassen aan, de regen in. daar gaan we dan,
van hot naar her. want her en der zijn wij te gast,
staan tafels klaar: taart, thee, koekjes, kalfjes.

men neuzelt iets als wat een weer, plukt ons
beleefd uit onze jassen. de regen schudden we
maar beter niet op het parket.

we lachen schaapachtig en schuiven aan,
een half oor hoort de wissewasjes aan.

altijd weer dat moeten, het maakt ons moe.
overal verlangen wij naar thuis. de was wacht.

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in gedicht. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s