493. Zaken

Meteen toen ik hem zag, wist ik dat ik geen zaken met hem zou doen. Toch schudde ik hem de hand, bood hem een stoel en koffie aan. Hij nam er melk en twee klontjes suiker bij. Dat hij zo vrij was meer dan een klontje te nemen, wees erop dat ik juist zat met mijn buikgevoel en dat ik maar niet moest ingaan op zijn verkooppraatje. Zijn product was nochtans precies het product dat ik nodig had. En ik kon het bij hem ook nog eens tegen betere prijzen en condities aankopen dan bij de concurrentie.
Ik veinsde dat ik aandachtig zat te luisteren, maar in feite trachtte ik te achterhalen wat het precies was dat mij zo in hem stoorde. Hij zat keurig in het pak, zoals je dat van een zakenman mag verwachten. Mijn pak was weliswaar van een betere snit, maar ik kon niet zeggen dat het zijne niet van een zekere smaak getuigde.
Ik schatte dat hij ongeveer een week geleden naar de kapper was gegaan en dat hij zich vanochtend elektrisch had geschoren. Toen ik hem begroette, had ik geen aftershave geroken. Ook geen parfum, meende ik, nu zat ik te ver van hem af om het te verifiëren. Ik maakte mij los van de rugleuning van mijn bureaustoel, plantte mijn ellebogen op mijn eikenhouten bureau en leunde iets naar voren. Nee, geen geurtje.
Hij dacht natuurlijk dat hij beet had. Dat merkte ik aan een klein lachje dat even snel weer weg was dan dat het om zijn mond was komen liggen. Daar maakte hij toch een foutje. Nooit juichen voordat er een handtekening onder een contract staat. Een topzakenman houdt zijn gezicht constant in de plooi, als een pokerspeler die nooit emoties toont. Het signaal dat hij verkeerd had geïnterpreteerd niet meegerekend, gaf ik niets prijs. Hij ratelde dan nog maar een eindje door.
Hij had best een aangename stem. Dat had ik al gemerkt aan de telefoon. Het was vooral zijn stem die mij had overtuigd om hem te ontvangen. Ik sloot een paar tellen de ogen in een poging zijn verschijning weg te denken. Tevergeefs. Ook met gesloten ogen zag ik dat keurige pak, de onlangs geknipte haren en de gladde wangen. Misschien was hij net te netjes voor het product dat hij verkocht. Misschien had ik wel zaken met hem gedaan als een gigantische moedervlek zijn gezicht had ontsierd. Of als mijn secretaresse hem niet zo goedkeurend had bekeken.
Eindelijk kwam er een eind aan zijn relaas. ‘Maakt u mij maar een prijs,’ zei ik en stond op. Hij knikte iets te geestdriftig en beloofde dat ik voor het eind van de week van hem zou horen. Van zodra hij weg was, liet ik mijn secretaresse al zijn concurrenten bellen. Zijn offerte zou ik nooit bekijken.

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in proza, ultrakort. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s