Reis

Je komt terug van een kale reis. Vol van afgrijzen slaat je vriendin haar hand voor haar mond. Je grijpt haar bij de pols en brengt haar hand naar je schedel. Ze stribbelt hevig tegen. ‘Het is geen glibberige naaktslak,’ zeg je. ‘Maar ook geen weelderige haardos,’ werpt ze tegen. Voor je op reis vertrok, konden haar vingers uren in je haren verdwalen. De boeddhistische monniken hadden je op het hart gedrukt dat een kale schedel jullie liefdesleven nieuw leven zou inblazen. Ze hadden gezegd: ‘Als ze oprecht van je houdt, kijkt ze niet op een haartje meer of minder.’

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in Honderduit, proza. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s