Categorie archief: ultrakort

489. Draaglijke lichtheid

Het spijt me dat de waarheid de leugen is. Ik heb in alles geloofd. Ik heb geloofd in jou, in ons, ja, zelfs in mijn eigen goedheid. Ik heb geloofd in niet aflatende vreugde en dat geluk oneindig kon zijn. … Lees verder

Geplaatst in proza, ultrakort | Een reactie plaatsen

488. Weekendkrant

‘Kom eens vlug,’ zegt de vrouw. ‘Dit moet je gezien hebben.’ De man kijkt op van de weekendkrant, zijn vrouw staat met de rug naar hem toe aan het raam. ‘Wat?’ vraagt hij. ‘Iets als dit heb ik nooit eerder … Lees verder

Geplaatst in proza, ultrakort | Een reactie plaatsen

487. Ontiegelijk vroeg

Bij deze ochtend passen de woorden ontiegelijk en vroeg. Als je de benen van de beduimelde matras zwaait, lijkt het alsof je meteen daarna met een aantal pseudo-ochtendgymnastiekoefeningen de nacht van je af probeert te werpen, maar meer dan jezelf … Lees verder

Geplaatst in proza, ultrakort | Een reactie plaatsen

486. Besluit

Ze nam een besluit. Ze trok haar muisgrijze jas aan, voelde of haar fiets- en huissleutel erin zaten en ging de deur uit. Het miezerde. Het was al twee uur donker. Ze maakte haar fiets los van het verkeersbord waar … Lees verder

Geplaatst in proza, ultrakort | Een reactie plaatsen

485. Twee oudere mannen

Twee oudere mannen hijsen zich elk op een barkruk in De Kuip, het drukste café van de studentenbuurt. Ze zitten daar precies op hun plaats. De jonge gasten in de vaag verlichte ruimte denken daar enigszins anders over. Zij willen … Lees verder

Geplaatst in proza, ultrakort | Een reactie plaatsen

484. Vliegende spinnen

Sinds spinnen geleerd hebben om te vliegen, lopen er nog maar weinig vrouwen op straat. Al heeft de rijkswacht daar niet toe opgeroepen, ze houden ramen en deuren angstig gesloten. In de kamers waarin ze zich verschansen, hangt een muffe … Lees verder

Geplaatst in proza, ultrakort | Een reactie plaatsen

483. Een flinke, felgroene kikker

Toen ik nog gewoon een flinke, felgroene kikker was, was ik minder bang van het leven. Ik kwaakte mijzelf vrolijk de dag door. Geen reiger of ander ongedierte kon mij kwaad doen. Geen onweer deerde mij. Weer kon mij nauwelijks … Lees verder

Geplaatst in proza, ultrakort | Een reactie plaatsen

482. Handgrasmaaier

‘Hoe groot is uw tuin?’ ‘Ach, meneer, laat ons niet van een tuin spreken, het is een bescheiden koertje waar toevallig wat grassprietjes staan. U kent dat wel.’ ‘Dan heeft u geen gigantische grasmachine nodig.’ ‘Wel, dat weet ik nog … Lees verder

Geplaatst in proza, ultrakort | Een reactie plaatsen

481. Aardappelen, bonen en tomaten

Dit moet een lange brief worden. Dat wordt het niet. Natuurlijk niet, niemand schrijft nog brieven. Laat mij niet degene zijn die ermee herbegint. Ik heb wel wat anders te doen. De aardappelen moeten gerooid, de bonen getrokken, de tomaten … Lees verder

Geplaatst in ultrakort | Een reactie plaatsen

480. De toekomst

Ik ben een tijdje weggeweest, maar morgen ben ik er weer. Dan hervatten we het oude leven. We zullen samen naar bed gaan, we zullen samen opstaan. Of nee, samen opstaan doen we nooit. Dat was ik bijna vergeten. Zodra … Lees verder

Geplaatst in proza, ultrakort | Een reactie plaatsen