Brief aan Wim Wouters

Dag Wim,

Vreemd hoe een alledaags woord als dag plots iets definitiefs, iets onomkeerbaars krijgt. Vorige week las ik over je overlijden. Al raakten onze levens elkaar maar zijdelings, toch laat je dood me maar niet los. Misschien door dat getal tussen haakjes in het krantenartikel dat ook mijn leeftijd is. Het drukt mijn neus extra hard op onze tijdelijkheid. Gek is dat, want de voorbije maanden diende ik wel vaker bij de dood stil te staan. De grootmoeder van mijn vrouw, een dichter, een buurman. Enzovoort. En jij dus. 

We volgden tegelijkertijd dezelfde opleiding aan de hogeschool, in verschillende klassen. Ik wil graag geloven dat we elkaar weleens in de gangen hebben gesproken waar ik onlangs als kersvers docent creatief schrijven voor het eerst weer rondliep. Maar echt herinneren doe ik me dat niet. 

Op de foto die onderaan het artikel op de website van MNM over je overlijden staat, lig je gemoedelijk in het gras, je handen onder het hoofd, de ogen gesloten. En er staat een bril op je neus, die droeg je toentertijd nog niet, meen ik. Maar het meest valt me je korte coupe op. Ik herinner me je met een weelderigere haardos. Niet zo weelderig als de mijne, nee. Ik heb al vijfentwintig jaar een coronakapsel. 

Ik kan me inbeelden dat die dekselse hersentumor van je meer deed dan de schaar in jouw kapsel zetten. Zeventien jaar lang vocht je tegen kanker, las ik. Dat is verrekt lang. Dat vinden ook je collega’s die in hun tekst een mooi beeld van je schetsen. Een grappig beeld ook. De tumor in je hoofd en alles wat daarna blijkt te zijn gekomen, noemde je bollekes en die gaf je stuk voor stuk een naam. Kijk, je zal het me vast vergeven dat me dat doet glimlachen. Net als je fratsen op de redactievloer. 

Ja, ik las ook over je carrière bij de radio. Al was je een van mijn contacten op LinkedIn, ik moet met scha en schande bekennen dat het mij totaal is ontgaan hoe het jou na onze studententijd is vergaan. Ik sluit niet uit dat wanneer ik bij mijn ouders langsliep ik op Radio Donna al eens je stem herkende. Zelf is het nooit mijn zender geweest. Ook MNM niet. Sorry. 

Toch betrap ik mezelf er nu al enkele dagen op dat ik je stem weer voor de geest probeer te halen. Op het gevaar af dat mijn vermaledijde geheugen me nu wel erg in de steek laat, maar dat geheugen van me fluistert me in dat jij al op de schoolradio je stekje had. Hier zit ik nu, niet ’s ochtends in mijn schrijfhol, maar tijdens de middag, in de schoolkantine, bij het legen van mijn boterhamdoos naar je aankondiging van de volgende plaat te luisteren. Dag, Wim. 

goede groet, David

Over davidtroch

man van het woord
Dit bericht werd geplaatst in brief. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s