Beweging #60

Een paraplu! Maar nee, papa, dat is een octopus. Een octopus kan je toch ook boven je hoofd houden als het regent! Blijkbaar kan je niet altijd even goed zien wat er op de vierkante kartonnetjes staat die de jongste zon uit de doos opdiept. Bedoeling is dat je zo snel mogelijk de net opgediepte tekening op een grote zoekplaat aanduidt. Zo snel mogelijk als in: om ter snelst. En ja hoor, de zon mag de octopus bij zijn stapeltje gooien. Nu ja, gooien, hij stapelt de kartonnetjes netjes op. Bij jou is het een boeltje. Daar is de volgende tekening al. Hé, een regenwolk. Hou die octopus maar snel boven je hoofd, jongen! Het afleidingsmanoeuvre is vergeefs. De zon gaat met de regenwolk aan de haal. Hij heeft er lol in. Ook hij verzint erop los. Dat hij blij dat jij de slang. Dat die toiletpot voor in zijn huis later. En dat die jurk dan voor zijn vrouw. De hele doos moet leeg. De kartonnetjes eindigen op stapeltjes van tien. Bij de zon ligt één stapeltje meer. Allemaal door die octopus. 

Advertentie
Geplaatst in Beweging, proza, ultrakort | Een reactie plaatsen

Beweging #59

Poëzieweek of geen poëzieweek, tijdens hun jacht naar het boek met de meeste bladzijden zien de zonnen de dichtbundels schaamteloos over het hoofd. Willekeurig plukken ze her en der een roman uit de kasten. Deze heeft er 607! Die ernaast 656! Dan stoten ze op alles is mogelijk in een gedicht. De verzamelde verzen van Gaston Bursens zijn goed voor wel 1118 pagina’s. Volgens één van hen oogt Dagboek van een dichter nog net iets dikker. Maar nee hoor, Leonard Nolens strandt op 1056. Dan ga jij doelbewust door de knieën. Maar papa, die is veel dunner, dat zie je toch zo. Kijk eens naar dit getal. 1790! Hoe kan dat? Je laat ze aan het papier voelen. Zo dun, zeggen ze. Bijbelpapier, zeg je. Als jij een beetje in de buurt wil komen van het volledig dichtwerk van Anton van Wilderode, heb je nog wel wat arbeid voor de boeg. 

Geplaatst in Beweging, proza, ultrakort | Een reactie plaatsen

Beweging #58

De zonnen en jij strijken neer in een koffiebar. Niet zozeer omdat jullie naar cafeïne snakken, maar gewoon omdat je al eens niet te veel weerstand dient te bieden aan een opkomend hongertje. Bij het hongertje hoort ook een drankje. Wanneer de oudste zijn glas bijvult, houdt hij het flesje vervaarlijk hoog. En ja hoor, op het tafelblad ontstaat een plasje. Meteen veert hij recht om aan de barista een vod te vragen. Eigenhandig doet hij het plasje verdwijnen. Van zo hoog, zeg je wanneer hij weer neerzit, mag je pas iets in een glas gieten als je een diploma bezit om cocktails te shaken. Echt? En heb jij zo’n diploma? Daar moet je om lachen. Bestaat zo’n diploma wel? Wijselijk zwijg je over een welbepaalde film. De zonnen probeer je goede smaak bij te brengen. Het is maar te hopen dat de daarnet op de kop getikte dvd van Sjakie en de chocoladefabriek daarvan getuigt. 

Geplaatst in Beweging, proza, ultrakort | Een reactie plaatsen

Beweging #57

Het was al vandaag toen je gisteren thuiskwam. En nee, je trok niet meteen naar bed, want je was volop aan het nazinderen. Eerst diende je tot rust te komen voor je nog maar aan rusten kon denken. Wat een avond. Wat een snoepwinkel. Soundcheck. Dan al popelen. Maar eerst dineren met je maatje. Het hebben over. Ach. Over zoveel. Na de koffie op het dooie gemakje naar de bibliotheek kuieren. Het zaaltje helemaal vol weten druppelen. Jij en je maatje, Steven De bruyn, die Oudenaarde op zijn kop draaien. Achteraf dichtbundel na dichtbundel van de hand doen. Eindigen aan de bar. Ename blond. Twee vertalers uit het Noors. Eerst muziek. Madrugada. Ane Brun. Nina Kinert. Dan literatuur. De naam van Johan Harstad moet wel vallen. Waarop jij die van Mattias Faldbakken in de lucht gooit. De vertalers die opspringen. Dat zij het meer dan weergaloze ‘Wij zijn met vijf’ naar het Nederlands. En dat er weldra aan de vertaling van een nieuwe. Oh! Tijdens de terugrit naar Gent: plannen voor een vervolg smeden. Zo nazinderen hoeft niet bij één keer te blijven. 

Geplaatst in Beweging, proza, ultrakort | Een reactie plaatsen

Beweging #56

Op een dag als deze is de regen niet de regen. Er is altijd een neerslagkans, er is altijd luchtvochtigheid. Er hangt altijd wel iets in de lucht. Op een dag als deze daalt het iets trager, iets bedachtzamer neer dan op andere dagen. Op andere dagen valt het genadeloos, smakt het hard neer, op een dag als deze krijgt het meer iets van buitelen, ook al eindigt het daar waar het altijd eindigt. Het eindigt overal, natuurlijk eindigt het overal, maar op een dag als deze lijkt het dat niet te doen en lijkt het wel alsof het vlak voor je voeten eindeloos op en neer blijft springen en dansen. Ach, dat danssen. Op een dag als deze druist alles tegen alle natuurwetten in. Op een dag als deze mag proza nog meer dan op andere dagen zingen als poëzie. 

Geplaatst in Beweging, proza, ultrakort | Een reactie plaatsen

Beweging #55

In de buurt is een boekenruilkastje. Haast elke dag kom je er voorbij. Toch plukte je er nog maar één keer iets uit. Verbazingwekkend. Wat je meenam: Het kleine meisje van meneer Linh. Al een tijdje was je benieuwd naar het werk van Philip Claudel. De eerste alinea sloeg je meteen knock-out: 

Een oude man staat op het achterdek van een boot. In zijn armen houdt hij een lichte koffer en een pasgeborene, nog lichter dan de koffer. De oude man heet meneer Linh. Hij is de enige die weet dat hij zo heet, want iedereen die het wist is om hem heen gestorven. 

Ach. Elke keer als je dat leest, ga je weer neer. Vanochtend, toen je nog flink ter been was, hield je nog eens aan het kastje halt. In plaats van er een boek uit te plukken, stopte je er twee in. Een gesigneerd exemplaar van de dichtbundels die je met muzikant Steven De bruyn voorstelde. Omdat jullie morgen op Gedichtendag nog eens samen van jetje geven. Omdat er geen volk meer bij kan in het zaaltje in Oudenaarde. Omdat poëzie niet in kartonnen dozen hoeft te liggen verkommeren.  

Geplaatst in Beweging, proza, ultrakort | Een reactie plaatsen

Beweging #54

Middenin de nacht blijk je een beer te zijn. Eindeloos rol je je om en om tot je helemaal lekker ligt. Dan vat je een diepe, diepe winterrust aan. Om doorligwonden bekommer je je niet, je bent een beer. Je bent een beer. Van het haakje aan de muur licht je de kamerjas van je grootvader niet. Je grootvader was geen beer. Uit zichzelf zweeft je grootvader, zweeft zijn kamerjas niet naar het raam. Heus, dat gebeurt heus niet. Aan het raam zullen zij, grootvader en kamerjas, heus niet de honingpot leeglepelen. De pot honing staat veilig in de kast. Je grootvader is geen beer. Zijn kamerjas is geen beer. Jij bent een beer in diepe, diepe winterrust. Jij hoeft je helemaal niet te verbazen over hoeveel licht er door de nacht stroomt. Aan het einde van de tuin wacht het bankje geduldig op je. 

Geplaatst in Beweging, proza, ultrakort | Een reactie plaatsen

Beweging #53

Hoeveel uren per dag draag je je leesbril, hoeveel uren de andere? Hoeveel uren geen? Misschien moet je maar eens beginnen met er statistieken van bij te houden. Een wetenschappelijke studie van je kijkgedrag. Waar kijk je het meest naar als je er geen draagt? Is het het plafond, zijn het de muren of dan toch de gesloten gordijnen? Ach, dat nachtelijke woelen. Nee, dan maar overdag. Hoe vaak vergeet je de leesbril voor de andere, gewone bril te verruilen? Hoeveel tijd verstrijkt er voor je de gewone op je neus schuift? Welke huishoudelijke klussen doe je dan? Blijf je binnenskamers? Waar speur je naar als je aan het raam met de opengeschoven gordijnen eindigt? Wanneer je dan een poos later neerzit, welke letters schuiven er dan aan je leesbril voorbij? En, vooral, zou het tegenwoordig niet veel logischer zijn om die leesbril een schrijfbril te noemen? 

Geplaatst in Beweging, proza, ultrakort | Een reactie plaatsen

Beweging #52

Het is niet te koud om het kalm aan te doen. Het is niet te koud om meteen – rustig, rustig – gelijke tred met een aantal roeiers op de Leie te houden. Het is niet te koud om door het bos te rennen, al kraakt er al eens ijs onder je schoenzolen. Het is niet te koud voor de spieren, de voeten, de handen, de hals, de oren, het hoofd, het hart. Het is niet te koud om een glimlach te ontvangen en een even grote glimlach cadeau te geven. Het is niet te koud om het uur vol te maken. Het is niet te koud om die jogger daar in te halen, en dan die joggers daar, en dan. Het is nooit te koud om de pijngrens op te zoeken. Het is niet te koud om te denken dat je het nog altijd kalm aan aan het doen bent. Het is niet te koud om na twee uur een kleine hongerklop te negeren. Het is niet te koud om in gedachten te verzinken. Het is echt niet te koud om de pijngrens te doorbreken. Het is niet te koud om gezwind een vallende tak te ontwijken – was dat een eekhoorn die ermee naar je hoofd slingerde? Het is niet te koud om de drie uur net niet vol te maken en het na bijna vijfendertig kilometer voor bekeken te houden. Het is heus niet te koud voor een warm, warm bad. Waar zou het wel te koud voor zijn? 

Geplaatst in Beweging, proza, ultrakort | Een reactie plaatsen

Beweging #51

Omdat er dingen te doen zijn, zou je beter niet wandelen. Maar ondanks de dingen die dringen, wandel je. De dingen wachten wel. Daarvoor zijn het dingen. Een wil hebben ze niet. Jij wel. Het is niet dat je de dingen wil verdringen, niet zozeer, maar soms durven de dingen al te opdringerig zijn. Al dat gehijg in je nek. Verdomme. Dat ze eens leren je met rust te laten. Rustig aan. Rustig aan. De cadans van het wandelen maakt je hoofd niet leeg, maar het helpt wel om de dingen in perspectief te plaatsen. Straks, eens uitgewandeld, pak je de dingen wel beet. Toch een deel ervan. Want straks, later op de dag, maak je gegarandeerd weer een wandeling. Voor prima wandelweer moeten de dingen al eens wijken.

Geplaatst in Beweging, proza, ultrakort | 1 reactie