Groene jongen

Al heel mijn leven ben ik een groene jongen. Het zit wellicht in mijn genen. Een van mijn vroegste herinneringen aan het ecologische gedachtegoed dateert van een koopzondag. De week voor de befaamde verkiezingen van 14 oktober 2018. Die ochtend had ik de netten bij een voetbalwedstrijd zo goed als schoon gehouden. De voetbalkleuren van onze club: groen. Misschien was dat al een teken. Apetrots op mijn prestatie fietste ik aan de zijde van mijn vader naar huis.
’s Middags mocht ik bij hem achterop, mijn broertje in het fietsstoeltje bij mijn moeder. Met zijn vieren trokken we naar centrum Gent. Voor een kinderfestival waarvan ik me de naam niet meer herinner. Op mijn tachtigste kraken niet alleen mijn botten, maar wil ook mijn geheugen weleens tegensputteren. Dat het festival in en om het oude gerechtsgebouw plaatsvond, daar staat me vaag nog iets van bij. Wat me nog helder voor de geest staat, is de tekstballon die mijn vader en ik er samen maakten. Ik was nog maar net zes, dus schreef hij de boodschap die ik wou erop: ‘Lieve Jeanne, ik wil dat jij op 1 augustus naar mijn slaapfeestje komt’. De tekstballon kwam aan een tak te hangen en zo liep ik op dat festival rond, op zoek naar Jeanne, een van mijn klasgenootjes, die ik er eerder had gespot. Ik vond haar terug en ze zei: ‘Ja.’ De rest van dat verhaal laat zich raden.
Maar, in de ene hand had ik dus die tak met de tekstballon, in de andere droeg ik een bord met de tekst: ‘Ja, ik stem groen. Hashtag het kan anders.’ Ik kreeg het op de Kouter toegestopt van een voormalige schepen wiens naam me nu even ontglipt. Echt, dat geheugen. Hij had het circulatieplan uitgerold, dat later in menig andere stad tot voorbeeld heeft gediend.
Op de Kouter raakte ik die middag verzeild aan de hand van vader en moeder. Volgens mij wilden zij helemaal niet naar dat kinderfestival, maar was hun eigenlijke doel die bijeenkomst van de groene partij. De ene na de andere politicus stak er een speech af. Ik zette mij helemaal vooraan op de grond en luisterde aandachtig, applaudisseerde wanneer de anderen applaudisseerden. En van een van hen kreeg ik dus dat bord.
Toentertijd woonden mijn ouders in een doodlopende straat. Het had weinig zin het voor het raam te hangen, dus kwam het die laatste week voor de verkiezingen aan de achterruit van onze auto terecht. Niet dat vader en moeder speciaal uit rijden gingen, maar ’s ochtends brachten ze mij en een klasgenootje uit onze straat naar school met de wagen – de buurman zou het de maand daarna doen, mijn ouders dan weer in december – en mijn moeder gaf toen schrijfles in een andere stad waar je wel naartoe kon met de trein maar toentertijd ’s avonds niet meer terug naar Gent kon. Dat kunnen we ons nu, meer dan zeventig jaar later, amper nog voorstellen. Aan die achterruit bereikte dat bord toch iets meer ogen.
Na de verkiezingen kwam het bord in de slaapkamer te hangen die ik met mijn broertje deelde, maar wel boven mijn bed. Niet alleen in dat bed, maar in alle andere bedden waarin ik ooit gelegen heb, droomde ik al eens over de winkeltas die ik die middag in de Leie had zien drijven. In die droom bevestigden mijn ouders steevast mijn vermoeden toen ik zei: ‘Dat mag toch niet.’ Mijn ouders, mijn broertje en ik gingen op zoek naar de schuldige. Eens gevonden, zetten we hem te kijk op het plein voor het oude gerechtsgebouw. Iedereen sprak schande over hem. Maar omdat er geen onmensen in die droom ronddwaalden, vergaven we hem. Meer, we begonnen met zijn allen alle rotzooi uit de rivier te vissen, maakten de pleinen en straten schoon, plukten het zwerfvuil uit de bermen langs de autosnelweg. Telkens ik die droom droomde, werd ik erg vermoeid wakker, dat kan ik je wel vertellen.
Gelukkig, sinds die ene koopzondag is er veel ten goede veranderd. Uitsluitend elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen, huisvesting op maat van iedereen, een hoge mate van solidariteit onder de mensen. Het zijn maar enkele dingen waar ik nu aan denk. Op mijn tachtigste ben ik er nog altijd trots op dat ik al mijn hele leven een groene jongen ben.

Groene jongen

(c) Foto: Stijn Noppen

Advertenties

Over davidtroch

man van het woord | meneertje literatuur bij WISPER | Gents stadsdichter op rust
Dit bericht werd geplaatst in proza. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s