Beweging #54

Middenin de nacht blijk je een beer te zijn. Eindeloos rol je je om en om tot je helemaal lekker ligt. Dan vat je een diepe, diepe winterrust aan. Om doorligwonden bekommer je je niet, je bent een beer. Je bent een beer. Van het haakje aan de muur licht je de kamerjas van je grootvader niet. Je grootvader was geen beer. Uit zichzelf zweeft je grootvader, zweeft zijn kamerjas niet naar het raam. Heus, dat gebeurt heus niet. Aan het raam zullen zij, grootvader en kamerjas, heus niet de honingpot leeglepelen. De pot honing staat veilig in de kast. Je grootvader is geen beer. Zijn kamerjas is geen beer. Jij bent een beer in diepe, diepe winterrust. Jij hoeft je helemaal niet te verbazen over hoeveel licht er door de nacht stroomt. Aan het einde van de tuin wacht het bankje geduldig op je. 

Advertentie

Over davidtroch

man van het woord
Dit bericht werd geplaatst in Beweging, proza, ultrakort. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s