Likken

Je likt je wonden. Liever lik je aan ijsjes en aan meisjes. Maar de diepvriezer is leeg, de winkels zijn gesloten en er is slechts één kant van het bed beslapen. Om toch iets te likken te hebben, bonkte je zolang met je hoofd tegen de muur tot het bloed over je wangen sijpelde. Dat bleek geen briljant idee. Met je tong kwam je noch bij het bloed noch bij de hoofdwond. Had je maar meteen een gat in de muur geslagen. Het meisje dat gisteren nog bij je in bed lag, zal geen compliment meer geven over je handen.

Advertenties
Geplaatst in Honderduit, proza | Een reactie plaatsen

Slechtvalk

Je vliegt de brug af. Sneller dan een slechtvalk. Daar moeten wel brokken van komen. En ja hoor. Langs het fietspad staat nergens aangegeven dat je wegwerkzaamheden nadert. Te laat merk je ze op. Je knijpt de remmen nog toe, maar je kust het rood-witte lint al, alsof je na een marathon als eerste de finishlijn bereikt. Je maakt een salto van Olympisch niveau zoals je die vroeger in de turnles nooit gemaakt hebt. Dat bedenk je je pas achteraf. Op het moment zelf flitst je leven niet aan je voorbij. En jij die dacht dat je een Hollywoodleven had.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Kwispelen

De blauwe hond kwispelt. Kwispelen heeft niks met kleur te maken, wel alles met het hebben van een staart. En de blauwe hond heeft er een. En wat voor een. Zijn staart is een exemplaar om jaloers op te zijn. Altijd weer willen anderskleurige honden een stevige hap uit zijn pronkstuk nemen, maar de blauwe hond is hen steeds te vlug af. Na een kort maar fel gevecht moeten de anderskleurige honden door het leven met een oor minder of, erger, zonder staart. Zoals nu die roedel chihuahua’s. De blauwe hond kwispelt en likt de rode vlekjes van zijn vacht.

Geplaatst in Honderduit, proza | Een reactie plaatsen

Bloemen

Sommige bloemen hebben voeten. Gelukkig maar, anders zouden ze er niet aan moeten denken om door de winkelwandelstraat te flaneren en ze zijn net zo dol op windowshoppen. Al moet het gezegd, ze vervloeken hun voeten ook wel eens als ze in een hondendrol stappen. Dan zouden ze willen dat ze schoenen droegen, maar schoenen voor bloemenvoeten bestaan niet, daarvoor is de markt te klein. Toch heeft nog nooit één bloem met voeten eraan gedacht naar de woestijn te trekken waar zo goed als geen hondendrollen liggen. Zonde. De woestijn wil wel eens opgevrolijkt worden door zoiets fleurigs als bloemen.

Geplaatst in Honderduit, proza | Een reactie plaatsen

Luizenbol

Met je schamele bezittingen in de hand schuifel je door de stad. ‘Luizenbol,’ roept een zesjarige bengel je achterna. Was het je zoon, je had hem een dusdanig harde oplawaai verkocht dat hij niet alleen de straat, maar ook de stad uit zou vliegen. Dat hardt zo’n kereltje. Zoals de stad jou heeft gehard. Het scheldwoord raakt je kouwe en tot op de draad versleten kleren niet. Je schuifelt verder. Zonder eindbestemming. Het schuifelen heeft als enig doel alle gedachten uit je hoofd te bannen die met de schamele bezittingen samenhangen. Alleen met een leeg hoofd kan je opnieuw beginnen.

Geplaatst in Honderduit, proza | Een reactie plaatsen

Noten

‘Weer eens een notenbrood,’ zegt Marloes. Ze kent stilaan je gewoontes. Er gaat bijna geen week voorbij of je koopt er een. ‘Het is inderdaad erg lekker,’ zegt ze. Twee weken geleden maakte ze dezelfde opmerking over vegetarische notenburgers. Alle andere etenswaren in je winkelkar heeft ze nooit lekker genoemd, die heeft ze alleen zwijgend gescand. Te gewoontjes misschien. Misschien was ze in een vorig leven een eekhoorntje en vindt ze alles waar geen noot in zit wansmakelijk. ‘Heb jij iets met noten?’ vraag je. Ze kijkt je verbaasd aan. Voor het eerst merk je dat ze amandelkleurige ogen heeft.

Geplaatst in Honderduit, proza | Een reactie plaatsen

Tering

Je zet de tering naar de nering. Noodgedwongen. Had je het voor het kiezen, je zette de nering naar de tering. De tering betekent gedoe. De nering is kilo’s lichter en je handen worden er beduidend minder vuil van. Twee seconden de tering vasthouden en je handen zijn al pikzwart. Zelfs na veelvuldig schrobben met een roestvrijstalen spons krijg je ze amper proper. En dan is er nog die rugpijn. Je gaat gebukt onder het gewicht van de tering. De tering is een betonblok, vastgeklonken aan je been. Was er alleen maar de nering, hoe gelukkig zou je dan zijn?

Geplaatst in Honderduit, proza | Een reactie plaatsen